De strafrechter in het verdachtenbankje?

6 augustus 2008

Onder de titel “falende rechters vaker bestraffen” verscheen onlangs een artikel in o.a. De Gelderlander waarin een groep advocaten en rechtswetenschappers pleit voor het uitbreiden van de mogelijkheden om rechters die tekort schieten en fouten maken te bestraffen. Tevens zouden rechters hun oordeelsvorming “opener” moeten motiveren. Op zijn website voegde Maurice de Hond daar terecht aan toe dat ditzelfde ook zou moeten gelden voor falende officieren van justitie. En zelf zou ik nog een duit in het zakje willen doen, door falende advocaten meer en beter dan nu aansprakelijk te stellen. Want het tuchtrecht voor advocaten is in de praktijk vaak een lachertje. Ik kom daar nog op terug.

Maar hoe vanzelfsprekend het voorgaande ook mag klinken, het roept belangrijke vragen op. Wanneer “faalt” een rechter, officier van justitie of advocaat? Wie moet dat beoordelen? En welke sancties dienen zich dan aan? Vooral de eerste vraag is moeilijk te beantwoorden.

Om het niet te gecompliceerd te maken, gaat dit bericht vooral over “falende rechters”. De andere beroepscategorieën komen nog aan de beurt.

“Falen” is een zwaar woord en “rechtspreken” een bijzonder vak. Een ding is zeker: het is geen wiskunde. Het kan en mag dan ook niet zo zijn dat een rechter die een vonnis velt dat door een hogere rechter wordt herroepen per definitie de klos is. Dat zou in de praktijk betekenen dat elke rechter van de rechtbank bij wijze van spreken zijn biezen wel kan pakken, want het is gebruikelijk dat het vonnis van de rechtbank door het Hof wordt vernietigd, omdat het Hof niet wil opdraaien voor pietluttige (vorm)fouten van de rechtbank. Zelfs een vrijspraak die in hoger beroep wordt “omgetoverd” tot een veroordeling (of vice versa) zegt wezenlijk nog niets. Is er wel een “fout” gemaakt en zo ja, wie heeft die fout dan gemaakt?

Ook onvrede over de soort en de hoogte van een straf leent zich in zijn algemeenheid niet voor een (stevige) tik op de vingers. Over de straf kan per definitie worden gediscussieerd en zal ook altijd worden gediscussieerd. Mensen die vinden dat rechters in ons land te laag straffen - en dat zijn er nogal wat - moeten zich realiseren dat hun mening ook maar betrekkelijk is. Wat de één een te hoge straf vindt, zal de ander te laag vinden. Een experiment heeft ooit uitgewezen dat burgers die de details van een zaak kennen over het algemeen lager straffen dan rechters, terwijl diezelfde burgers daarvoor steen en been klaagden over de veel te lage en softe straffen. Voor een veroordeelde zal de straf vaak te hoog cq te zwaar zijn en voor een slachtoffer van een ernstig geweldsmisdrijf of zedendelict zal een straf nooit zwaar genoeg kunnen zijn.

Maar er zijn andere gevallen waarin er alle reden is de rechter tot de orde te roepen. Gevallen die ik ook in de praktijk ben tegengekomen en die soms als het ware in de rechtspraktijk zijn ingebakken. Ik noem ze kort op, waarbij ik benadruk dat ik geenszins naar volledigheid streef en dat de genoemde gevallen onderling ook een zekere samenhang vertonen: Lees meer »

Uitbreiding herzieningsmogelijkheden volgens Knigge

14 juli 2008

De vordering tot herziening in de zaak Lucia de B. van 17 juni 2008 heeft lang niet de aandacht gekregen die zij verdient. Want op even eloquente als scherpzinnige wijze breekt Advocaat-Generaal Knigge een lans voor een versoepeling van de herzieningsregeling. Die versoepeling heeft vergaande consequenties. Niet alleen is daardoor het bestaansrecht van een afzonderlijke voorziening in de vorm van een soort “criminal cases review commission” minst genomen twijfelachtig, maar ook en bovenal wordt de regeling opnieuw in de grondverf gezet en wel op een zodanige wijze dat er in inmiddels alom bekende strafzaken als de Deventer Moordzaak, de zaak Sweeny en de zaak Danny K. goede kansen zijn om de veroordeling vooraleerst ongedaan te maken. Voor de Hoge Raad biedt het bovendien een uitgelezen mogelijkheid om de verouderde herzieningsregeling bij de tijd te houden en te laten zien dat rechters mensen zijn die zich iets gelegen laten liggen aan de maatschappelijke ontwikkelingen. Lees meer »

Doe maar twaalf jaar, want ik moet de trein nog halen

16 juni 2008

Mijn bericht “het laatste woord over de zitting van 25 april 2008″ laat nog even op zich wachten. Het vonnis van de rechtbank is nog steeds niet uitgewerkt (met name de bewijsmiddelen ontbreken) en daardoor mis ik de munitie om mijn boodschap met kracht van argumenten voor het voetlicht te brengen. Die boodschap houdt overigens in dat, op een enkele uitzondering na, elk vonnis waarin rechters hun beslissingen uitgebreid moeten onderbouwen, aan motiveringsgebreken ten onder gaat.

Dat euvel geldt overigens niet alleen voor rechters. Wie het requisitoir van een Officier van Justitie of het pleidooi van een raadsman kritisch analyseert, zal ook vaak kortsluitingen tussen motivering en conclusie signaleren. Juristen kunnen een oordeel vaak niet of met moeite beargumenteren. Zij hebben de grootste moeite met analyseren en logisch redeneren, iets dat ze in de rechtenstudie ook niet goed wordt geleerd. Daardoor komen zij te vaak tot conclusies die op drijfzand zijn gebaseerd, want niet adequaat aansluiten op de argumenten die zij daarvoor gebruiken. Daarbij komt dat het bij vele juristen schort aan elementaire juridisch-technische kennis. Ik heb in de loop der jaren een groot aantal cursussen gegeven voor rechters, officieren van justitie en advocaten en wat mij daarvan is bijgebleven is dat men vaak de kern van basisbegrippen als “opzet” en “schuld” niet kende, niet op de hoogte was van de vereisten voor “daderschap en deelneming” en verweren en excepties niet kon plaatsen, laat staan weerleggen.

De consequenties hiervan zijn verstrekkend. Het betekent namelijk dat veel strafrechtjuristen van de nuances tussen bijvoorbeeld “doodslag” en “dood door schuld” niet op de hoogte zijn. Ik zou degenen niet de kost willen geven die voor “doodslag” zijn veroordeeld, terwijl het op de keper beschouwd “dood door schuld” moet zijn. En dat scheelt alleen al in de hoogte van de maximumstraf vele jaren. Als de dag van gisteren herinner ik me de laconieke verzuchting van een vice-president van de rechtbank Maastricht (nee, niet die!), die aan het einde van de cursus meedeelde dat hij best wel eens veel mensen ten onrechte voor “doodslag” kon hebben veroordeeld.

Met de toenemende druk om toch vooral produktie te maken, vrees ik dat de toestand er niet beter op is geworden. Tijd voor bijscholing en tijd voor het bijhouden van recente ontwikklingen is er, zeker bij rechtbanken, niet echt. Of denkt men echt dat een korte eenmalige cursus het ei van Columbus is?

Daarbij komt dat rechters geacht worden om eens in de zoveel jaar te wisselen van rechtsgebied. Een strafrechter wordt dan civiel rechter en omgekeerd. Hoe dom kan men zijn? Elk rechtsgebied wordt steeds ingewikkelder, er komen steeds meer regeltjes, is het niet vanuit Den Haag dan wel vanuit Brussel. Elke week verschijnen er nieuwe uitspraken die soms een keerpunt betekenen. Die moeten worden bestudeerd en besproken, liefst ook op landelijk niveau, opdat eenduidigheid ontstaat. Door het wisselen van de wacht lopen rechters het risico op kennisachterstand te raken en dan is het nemen van een beslissing ongerijmd. Op bepaalde rechtsgebieden is die kennisachterstand reeds een feit en moeten advocaten op de zitting de rechters het geldende recht uitleggen.

Laatst las ik dat Nederlandse rechters vaak niet op de hoogte zijn van de Europese regelgeving uit Brussel. Het verschil tussen EG-richtlijnen en verordeningen en de implicaties er van is aan de meeste rechters niet besteed. Ook de interpretatie van die europese regelgeving gaat aan rechters (en niet alleen aan rechters) doorgaans voorbij. Beslissingen van de nationale rechter en van het Hof van Justitie (HvJ) belanden in de bureaula. Ook uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) - toch de hoogste rechterlijke instantie - blijven daar vaak liggen. Brussel (HvJ) en Straatsburg (EHRM) zijn weliswaar van groeiende betekenis voor ons nationale recht, maar in de rechtspraktijk wordt aan hun betekenis nogal eens voorbij gegaan. Daar waar rechters het EG-recht en het EVRM aan zich voorbij laten gaan, dreigt een onoverbrugbare kloof te ontstaan tussen rechters en gespecialiseerde advocaten.

Het is dus een misverstand om te denken dat de rechter het recht kent, als van zoiets als “het recht kennen” al kan worden gesproken. Dat geldt ook voor het strafrecht, zij het dat het commune strafrecht en meer in het bijzonder het materiële strafrecht (daarbij gaat het om delicten als moord, doodslag etc) minder door internationale regelgeving wordt beïnvloed. Maar bij de handhaving van dat commune strafrecht doemen andere, bijzondere problemen op. Problemen die het gezag van de belangrijkste beslissingen in het strafrecht (de bewijsbeslissing en de beslissing over de straf) ondermijnen. En wel in die mate dat handhaving van het strafrecht veel weg heeft van een loterij. Lees meer »

De creatieve boekhouding van mr. V.

28 april 2008

In mijn vorig bericht merkte ik al op dat het werkelijk verbijsterend is dat twee getuigen die onder ede tegenstrijdige verklaringen afleggen er zonder kleerscheuren vanaf komen. In het bijzonder viel op dat de forse beschuldiging van mr. K. aan zijn voormalige kantoorgenoot mr. V. geen aanleiding vormden voor het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te verrichten. Ook mr. K. werden hierover geen (!) vragen gesteld. En dat terwijl het toch ging om een beschuldiging van een ernstig strafbaar feit. Mr. V. zou maar liefst 140.000 euro hebben verduisterd. Geld dat op de derdenrekening van het kantoor stond en dat in porties zou zijn weggesluisd.

In dit bericht zal ik laten zien hoe de vork in de steel zit, welke reden het Openbaar Ministerie heeft om mr. V. ongemoeid te laten en hoe dit alles samenhangt met de strafzaak tegen mij. Het geeft een beeld van de ethiek en moraal bij het Openbaar Ministerie, die menigeen inmiddels bekend zal voorkomen. Want een ieder die onze “rechtsstaat” ter harte gaat en open staat voor kritiek, komt dezelfde patronen tegen als die welke spelen in de Deventer Moordzaak en in andere spraakmakende zaken, zoals die van Lucia de B.. Professor Ton Derksen heeft over de laatste zaak een goed doorwrocht boek geschreven, dat op het nachtkastje van elke jurist zou moeten staan. Hij ontdekte dat in die zaken 94 (sic!) fouten op het conto van het Openbaar Ministerie kunnen worden geschreven en rubriceerde die fouten vervolgens in vijf categorieën. 

Wat heeft zich achter de coulissen afgespeeld? Lees meer »

Korte vooraankondiging

26 april 2008

Maandag 28 april a.s. zal het volgende bericht op dit weblog worden gepubliceerd:

“De creatieve boekhouding van mr. V.”

De volgende berichten zijn in voorbereiding (onder voorbehoud):

- Het laatste woord over de zitting van 25 april

- Welke strafrechtadvocaten zijn in de optiek van rechters goed c.q. slecht

- De afrekening met het Openbaar Ministerie (over de tegenmaatregelen van de “onderwereld”)

- De witwaspraktijken van politie en justitie

- “Criminelen” over politie en justitie NB De interviews zullen mogelijk ook op internet worden uitgezonden

- De rechtsstaat hersteld! (meerdere afleveringen)

“Vragen”? “Geen vragen”.

30 maart 2008

Het was ontroerend. Officier van Justitie mr. Oebele Brouwer die bij TV Noord met veel aplomb verklaart dat het Openbaar Ministerie geen knip voor de neus waard is wanneer het aangiftes van bedreiging en andere strafbare feiten laat liggen. Het Openbaar Ministerie heeft tot taak dan te ageren en zonder aanziens des persoons tot vervolging over te gaan. Ik kon mijn emoties nauwelijks de baas.

Er zijn meer mensen die hun emoties nauwelijks de baas kunnen. Daarbij denk ik aan al die mensen die in de “Deventer Moordzaak” aangifte hebben gedaan van strafbare feiten die zijn gepleegd door leden van de politie en door leden van het Openbaar Ministerie en die maar niets horen, terwijl de bewijzen zich opstapelen. En hoe zit het toch met die “Schiedammer Parkmoord”? Een Officier van Justitie en een Advocaat-Generaal die ontlastend en cruciaal “bewijsmateriaal” achterhouden, waardoor een onschuldig iemand wordt veroordeeld. Geen strafvervolging na aangiftes, maar promotie! En zo kan ik wel een tijdje doorgaan.

Maar terug naar mijn zitting op 25 maart. Van te voren had ik op dit weblog al gerept over het vierde feit, dat het klapstuk zou zijn. Dat was het ook, maar bijna niemand die het opviel. Zeker het journaille niet.

Wat er gebeurde tart elke beschrijving. Lees meer »

Wachten op Godot

5 maart 2008

Binnenkort verschijnt een rapport van de hand van Maurice de Hond met de veelzeggende titel: “Als een slager zijn eigen vlees keurt” en het nog veel meer zeggende onderschrift “Een pleidooi voor een onafhankelijke instantie om fouten die ontstaan door gebrek aan professionalisme en integriteit bij politie en Openbaar Ministerie te onderzoeken en corrigeren”. Het is een schokkend rapport dat brede aandacht verdient en dat eigenlijk verplichte kost zou moeten zijn voor iedereen die maatschappelijk is betrokken en die de rechtspleging ter harte gaat. 

Het rapport is ontluisterend en verontrustend. Ontluisterend doordat op microscopisch nauwkeurige wijze het dysfunctioneren van politie en Openbaar Ministerie in de Deventer Moordzaak tegen het licht wordt gehouden en daarmee tevens meer in het algemeen een beschamend beeld wordt geschapen van de staat van ontbinding waarin onze “rechtsstaat” verkeert. Meer in het algemeen, want de Deventer Moordzaak staat bepaald niet op zichzelf. In talrijke andere zaken, bekend en minder bekend, is de modus operandi van politie en justitie hetzelfde en blijkt dat de fundamenten onder het juridisch systeem aan erosie onderhevig zijn. Lees meer »

Uitstel zitting

4 maart 2008

De zitting van 5 maart a.s. is uitgesteld i.v.m. ziekte (griep) van mijn advocaat mr. Plasman. De nieuwe datum is op 25 maart a.s. aanvang 10.00 uur. Plaats van handeling: Guyotplein 1 te Groningen (rechtbank).

Groeten uit Ter Apel (2)

17 februari 2008

Ofwel: taakstraf, bureaucratie, Kafka en vrijheidsberoving door het OM .

Zoals in een eerder bericht beloofd, publiceer ik hierbij de documenten die aantonen dat ik onterecht van mijn vrijheid ben beroofd. Die documenten zijn ontluisterend. Zij getuigen van een bureaucratie, waarbij de ene instantie niet weet wat de andere doet en soms zelfs niet eens wat zij zelf heeft gedaan, waarbij fout op fout wordt gestapeld en waarbij niemand zich aangesproken voelt en de verantwoordelijkheid neemt. Maar de werkelijk verantwoordelijke instantie in ons systeem is het Openbaar Ministerie, dat krachtens het Wetboek van Strafvordering met de tenuitvoerlegging van rechterlijke sancties is belast.

Ik laat de documenten zien, niet om mijn gelijk te halen en te jammeren over het feit dat ik onterecht heb vastgezeten in Ter Apel, maar om te waarschuwen tegen Kafkaëske toestanden, die ook anderen hebben getroffen en zullen treffen. Dat laatste is mijn grootste zorg. Ik ben tijdens mijn detentie een aantal mensen tegengekomen die vaak op het laconieke af tegen mij vertelden dat ook zij wegens het “zogenaamde” niet vervullen van een taakstraf, in een detentiecentrum terecht kwamen, terwijl zij bijvoorbeeld van de reclassering niets hadden gehoord. Bewijzen kan ik dit niet, maar ik ben geneigd na mijn eigen ervaringen om hun verhaal te geloven, zeker omdat zij niet wisten wie ik was en er geen baat bij hadden. En misschien nog wel het meest overtuigend was de toon waarop zij dit meedeelden.

Verdedigd kan worden dat het OM teveel taken toebededeeld heeft gekregen, waardoor noodgedwongen fouten worden gemaakt. Een excuus is dat niet. Het OM is er zelf bij en het heeft er voor te zorgen dat het met de tenuitvoerlegging van sancties ordelijk verloopt. En de fouten die worden gemaakt, zijn bovendien zwarwegend. Want het gaat om wederrechtelijke vrijheidsberoving. Maar het werkelijke gevaar is wat mij betreft dat op deze manier het OM moedwillig mensen kan opsluiten. Niet omdat zij hun taakstraf niet hebben verricht, maar om andere redenen. Zie ik spoken? Lijd ik aan paranaoia? Dacht het niet. Ik heb veel meegemaakt en gezien en dan gaan de ogen langzaam open. Lees en huiver.

Indien u de tekst van het document niet kunt lezen, kunt u op de desbetreffende afbeelding klikken om de grote versie te bekijken.

Lees meer »

De ontknoping is op 5 maart 2008

11 februari 2008

Op 5 maart a.s. ben ik gedagvaard om voor de rechtbank te verschijnen. De dagvaarding is via deze link te lezen.

Ik nodig iedereen van harte uit om de zitting bij te wonen, omdat het mij de uitgelezen mogelijkheid biedt om uit te leggen niet alleen waarom de beschuldigingen onjuist zijn, maar ook wat het Openbaar Ministerie bezielt om een dergelijke onzinnige klopjacht te openen. Een klopjacht die er in moet resulteren dat ik kapot word gemaakt, zoals ook anderen (o.a. Maurice de Hond, Wim Dankbaar, Ernst Louwes, Harrie Timmerman) er aan moeten geloven. De wezenlijke, achterliggende vraag hierbij is of gelet op de wijze waarop de rechtspleging en meer in het bijzonder het Openbaar Ministerie in ons land functioneert wij nog in voldoende mate voldoen aan de kenmerken die een rechtsstaat eigen zijn of dat wij -wat velen denken, vrezen en geloven - zijn afgegleden naar een status die, om het zwart-wit te formuleren, als een politiestaat kan gelden. Want de voorbeelden die ik noemde staan niet op zichzelf en zijn geen incidenten. Er is veel kritiek op de rechtspleging. Kritiek die zich vooral focust op het Openbaar Ministerie. Die kritiek wordt in de “mainstream-media” over het algemeen niet serieus genoeg genomen, omdat die media hun zelfstandigheid hebben verkwanseld en de verstrengeling tussen media en de politiek-bestuurlijke bovenlaag, waartoe ik ook de politiek en de rechtspleging reken, te innig is geworden. Terwijl de eerdergenoemde kritiek nu juist gedragen wordt door een algemeen gevoel dat er een politiek-bestuurlijke bovenlaag is die alles beslist en bedisselt en ”het volk” daarentegen niets heeft te vertellen. Het is een gevoel van wantrouwen, wrok, frustratie en woede. Een tijdbom. Dat gevoel is zo breed en heeft op zoveel onderwerpen betrekking, dat het in dit bericht alleen maar onvoldoende belicht kan worden. Vandaar dat het zoeklicht valt op de rechtspleging en in het bijzonder het Openbaar Ministerie, omdat dat in zijn doen en laten een Staat binnen de Staat is geworden, met alle gevolgen van dien. En mijn zaak en die van vele anderen kunnen getuigen van de funeste gevolgen van dit alles.

Om de lezer te prikkelen en alvast iets weg te geven van wat er op de zitting zal gebeuren, verklap ik alvast het volgende. Er zijn zes getuigen opgeroepen om ter terechtzitting te verschijnen. Voorafgaande aan de zitting en op de zitting zal worden aangetoond dat de klunzig in elkaar geflanste dagvaarding getuigt van grote haast om mij aan de schandpaal te nagelen en dat er in werkelijkheid sprake is van een vorm van samenwerking waarbij verschillende personen, afkomstig uit met name de advocatuur en het Openbaar Ministerie, mij op grond van uiteenlopende motieven willen kortwieken en wel op een manier die ook tegenover andere “dissidenten” wordt toegepast. Deze personen uit het politiële en justitiële circuit zullen met naam en toenaam worden genoemd, waarbij het vierde ten laste gelegde feit de klap op de vuurpijl zal worden. Hierover wil ik niet veel kwijt, behalve dan dat enkele advocaten en leden van het Openbaar Ministerie zich door deze dagvaarding in het eigen been hebben geschoten. En dat niet doordat de dagvaarding het heeft over het feit dat ik veertigduizend euro zou hebben ontvangen - ik zou bijna zeggen was het maar zo - maar omdat het Openbaar Ministerie en enkele noordelijke advocaten hier wel een hele scheve schaats hebben gereden. Lees meer »